Collega’s in open gesprek

Dynamiek — Aan de slag

Communicatie in je team verbeteren

Wil je de communicatie in je team verbeteren, dan is de eerste vraag: waar heb je het eigenlijk over? Het meest voor de hand liggend is communicatie ‘on the job’ — de manier waarop jullie met elkaar praten terwijl je aan het werk bent. Daarin botsen vaak verschillende stijlen en behoeften: de een wil tempo en snel en feitelijk de inhoud in, de ander hecht aan zorgvuldigheid en aan ruimte om af te stemmen.

Maar communicatie is breder dan dat. Het gaat ook over hoe je informatie deelt, hoe je elkaar op de hoogte houdt en hoe je ophaalt wat je nodig hebt. Deze pagina richt zich op die communicatie on the job. En de rode draad is telkens dezelfde: je verbetert de communicatie niet met een trucje, maar door een gemeenschappelijke taal en een paar eenvoudige gesprekstools — structuren die het veilig maken om je uit te spreken en naar elkaar te luisteren.

→ Begin bij de onderstroom
Stap 1

Laat eerst de waterlijn zakken

De waterlijn laten zakken met Deep Democracy

Deep Democracy werkt met de ijsbergmetafoor: boven de waterlijn zie je de agenda en de formele standpunten, eronder speelt de onderstroom — de twijfels, irritaties en meningen die mensen voor zich houden. De waterlijn laten zakken betekent mensen uitnodigen te zeggen wat er écht speelt, zodat besluiten later niet worden ondermijnd door wat niet is gezegd.

Bovenstroom

Het zichtbare en bespreekbare: de agenda, de argumenten, de formele standpunten — alleen het topje van de ijsberg.

Onderstroom

De onuitgesproken twijfels, sluimerende irritaties en meningen die mensen inhouden omdat ze denken dat er toch niet naar geluisterd wordt.

Collectieve wijsheid

Diep onder de waterlijn ligt het onbenutte potentieel van de groep — dat pas vrijkomt als ook de minderheidsstem serieus wordt genomen.

→ Meer over Deep Democracy en de onderstroom

Werkvorm 1Gespreksstructuur

Luisterrondje: haal de vissen naar boven

Een eenvoudige structuur om de onderstroom in de teamcommunicatie bespreekbaar te maken — zonder dat het gesprek ontspoort in discussie of verwijten.

Tijd: 45–60 minuten📋Resultaat: Gedeeld beeld en 1–2 verbeterpunten

Eerste ronde: iedereen aan het woord, de rest luistert

Iedereen vertelt — kort of lang — wat voor hem of haar goed werkt in de communicatie, waar hij last van heeft en wat hij anders zou willen. De rest luistert alleen. Geen reacties, geen tegenwerpingen.

Tweede ronde: verhelderende vragen

Als iedereen is geweest, stel je elkaar alleen verhelderende vragen: ‘Hoe bedoel je dat precies?’, ‘Kun je daar een voorbeeld van geven?’ Je hoeft het niet eens te zijn — je wilt elkaar beter begrijpen.

Oogst: benoem de vissen, vier de vlinders

Benoem samen welke visjes en haaien er zwommen, en welke vlinders er te vieren zijn. Kies één of twee dingen die je als team concreet anders wilt gaan doen.

De kracht zit in de scheiding: eerst alleen luisteren, dan pas vragen. Dat voorkomt dat de sterkste sprekers het gesprek kapen en zorgt dat ook de stillere teamleden gehoord worden.

Stap 2

Ken elkaars communicatiestijl

Zakelijk overleg in modern kantoor

Hoe iemand communiceert, komt voort uit zijn stijl — en onder die stijl zitten behoeften. De een wil snel en feitelijk de inhoud in, de ander stemt eerst af en heeft ruimte nodig om mee te denken. Botsen die stijlen zonder dat je het doorhebt, dan ontstaat er ruis: de een vindt de ander bot, de ander vindt de een traag.

Het sociale-stijlenmodel van Bolton & Bolton helpt om die verschillen te duiden. Het kijkt niet naar iemands persoonlijkheid, maar naar zichtbaar gedrag. Twee assen bepalen de stijl. De eerste is assertiviteit: van vragend en afwachtend naar stellend en sturend. De tweede is het uiten van emoties: van ingehouden en zakelijk naar open en expressief. Samen leveren ze vier stijlen op — geen ervan is beter dan de andere.

De vier sociale stijlen

Gedrag is het zichtbare topje van de ijsberg — drijfveren, gevoelens en waarden zitten eronder. Het model kijkt daarom naar wat je wél ziet, langs twee assen: hoeveel iemand stuurt (assertiviteit) en hoeveel iemand toont (emoties). Niemand past precies in één hokje, en geen stijl is beter dan een andere — ze zijn elkaars tegenpool én aanvulling. Een team met alle vier de stijlen is completer, en moet soms wat meer moeite doen om elkaar te begrijpen.

Analyticus · vragend + ingehouden

Zelfbeeld: bedachtzaam en logisch; weegt af en beslist pas als het klopt.

Sterk: werkt ordelijk en met feiten, toetst ideeën op waarde, benadert mensen zorgvuldig, houdt het hoofd koel.

Valkuil: kan traag, besluiteloos of afstandelijk overkomen; blijft soms hangen in details.

Sluit aan: leg het ‘hoe’ uit, kom met onderbouwde feiten en een heldere deadline, blijf rustig en geordend.

Directief · stellend + ingehouden

Zelfbeeld: assertief en resultaatgericht; neemt de leiding en zet zaken in beweging.

Sterk: daadkrachtig, beslist snel, houdt richting, ziet risico als een uitdaging.

Valkuil: neemt weinig tijd om te luisteren; tempo en controledrang kunnen dominant of ongeduldig overkomen.

Sluit aan: begin bij het ‘wat’, houd tempo, blijf zakelijk en feitelijk, en laat de ander zelf beslissen.

Expressief · stellend + uitend

Zelfbeeld: inspirerend en openhartig; denkt hardop en deelt ideeën en dromen.

Sterk: enthousiast en spontaan, motiveert anderen, legt makkelijk contact.

Valkuil: kan te optimistisch of ongestructureerd zijn; gezelligheid lijkt soms oppervlakkig.

Sluit aan: begin bij het ‘wie’, breng het met energie, praat over mensen en meningen, wees open en flexibel.

Vriendelijk · vragend + uitend

Zelfbeeld: warm, open en steunend; luistert goed en deelt verantwoordelijkheid graag.

Sterk: leeft zich in, geeft steun en vertrouwen, loyaal, zorgt voor verbinding.

Valkuil: hakt lastig knopen door, mijdt conflict; meegaandheid wordt soms als instemming gelezen.

Sluit aan: begin bij het ‘waarom’, wees persoonlijk en warm, bouw vertrouwen, neem zelf initiatief.

📄

Verdiepende handout

Sociale stijlen: elkaar begrijpen via zichtbaar gedrag

Een uitgebreide pdf per stijl: zelfbeeld, sterke kanten, valkuilen, groeirichting en hoe je erbij aansluit — plus de sleutel om te ‘flexen’.

Download pdf ↓
Werkvorm 2Teamgesprek

Communicatiestijlen in kaart — en leren flexen

Breng in beeld welke stijlen er in je team zitten, voer daar het gesprek over, en oefen met stijlflexibiliteit: je eigen stijl bijstellen om beter aan te sluiten bij de ander.

Tijd: circa 60 minuten📋Nodig: Flip-over met de twee assen

Plaats jezelf in het kwadrant

Teken de twee assen: assertiviteit (vragend–stellend) en emoties (ingehouden–uitend). Laat iedereen zichzelf een plek geven. Er zijn geen goede of foute plekken — het gaat om herkenning en het gesprek erover.

Bespreek het beeld

Zitten jullie dicht bij elkaar of verspreid? Waar zit de meeste onderlinge ruis — en is die te verklaren vanuit de verschillen in stijl? Deel per stijl: wat heb jij nodig om je gehoord te voelen?

Oefen met flexen

Kies een collega met een andere stijl. Vraag jezelf af: hoe kan ik mijn tempo, toon of woordkeuze iets bijstellen om beter bij die ander aan te sluiten? Spreek een klein experiment af.

Stijlflexibiliteit is geen trucje. Het is de kern van goed communiceren: je aanpassen aan de ander vergroot je effectiviteit én je plezier. Een team met alle stijlen is sterker — en moet er soms wat meer moeite voor doen om elkaar te begrijpen.

Stap 3

De vier niveaus van communicatie

Boven en onder de tafel

De eerste twee niveaus liggen zichtbaar op tafel. De laatste twee spelen onderhuids — maar beïnvloeden het gesprek net zo sterk.

1 · Inhoud (boven tafel)

Waar gaat het gesprek over? Het onderwerp, de taak, het doel. Hebben we het wel over hetzelfde?

2 · Procedure (boven tafel)

Hoe pakken we het aan? Agenda, volgorde, tijd, wie legt besluiten vast. Een voorstel voor procedure stuurt een gesprek vaak vlot bij.

3 · Interactie (onder tafel)

Hoe gaan we met elkaar om? De ongeschreven gedragsregels. Krijgt iedereen ruimte, of voeren een paar mensen het hoogste woord?

4 · Gevoelens (onder tafel)

Welke emoties spelen mee? Bij jezelf of bij de ander. Wie geïrriteerd of onzeker is, zegt dingen anders dan bedoeld.

Feedback vragen, ontvangen en geven

Feedback is een cadeau uit de rugzak van de ander. Deze drie kanten horen bij elkaar.

Vraag om feedback

Door er zelf om te vragen, verlaag je de drempel en leer je iets wat je nog niet wist. Als leidinggevende geef je bovendien het signaal af dat kwetsbaarheid mag. Wil je een feedbackcultuur? Begin er zelf mee.

Ontvang feedback

Zie het als een kans, niet als een aanval. Luister, ga niet meteen in de ‘ja maar’, vraag om verduidelijking en eventueel om tips, bedank de gever en beslis daarna zelf wat je ermee doet. De kern: luister en stel vragen.

Geef feedback

Richt je op gedrag, niet op de persoon. Beschrijf concreet en waardevrij, vertel wat het met jóu doet (ik-boodschap), geef aan welk gedrag je wél wenst, en blijf in het hier en nu.

Stap 5

Veranker het in je overleg: drie gesprekstools